Hoe lang blijven we nog opschalen

voor waterveiligheid?

Als laagste land houdt Nederland droge voeten met een uitgebreid stelsel van duinen, dijken, watergangen, sluizen en gemalen. Vooralsnog wil men dit systeem tot 2050 met extra zandsuppleties en dijkversterking blijven beschermen. Technisch kan dit, maar is het wel zo verstandig als op den duur een overstap naar een andere strategie volgt?

Lees dit artikel via onderstaande links:

Waterforum - 28 november 2023

en

H20 - 29 november 2023

Illustratie: JpBlom - Jpictures Stichting Blauwe Lijn

 

Onderstaand kunt u vernemen dat de Tussenbalans precies is wat de naam inhoudt en vervolgens onze bedenkingen bij het voorgaande Deltaprogramma

Tussenbalans 2023

Tussenbalans van het Deltaprogramma

geeft nog weinig houvast

De op 9 november 2023 gepresenteerde Tussenbalans van het Deltaprogramma voldoet precies aan wat de naam zegt.
Er worden nog geen definitieve keuzes gemaakt, er liggen nog talloze vragen en de balans bevat veel doorverwijzingen naar het vervolg. Bij nader inzien geeft de balans veel informatie, maar toch nog te weinig houvast om vaart te maken.

De Tussenbalans gaat uit van het zo lang mogelijk voortzetten van de huidige aanpak. Maar is dit wel zo verstandig als op den duur opschalen onhaalbaar en onbetaalbaar wordt en er alsnog een overstap volgt naar een andere strategie? Begin volgend jaar moet duidelijk worden wat de vier grootse toekomstvisies kosten. Hoeveel investering in kostenverhogende en later overbodige maatregelen is het waard om voorlopig nog geen keuze voor een oplossingsrichting te maken?
Wat is maatschappelijk acceptabel, wat is fysiek haalbaar en is het niet economisch beter om eerder over te gaan naar een lange termijn oplossing?

Met het maken van plannen moet immers steeds meer rekening gehouden worden met de verre toekomst. Dat betekent onder meer bij investeringen rekening houden met de zeespiegelstijging en dat vereist feitelijk nu al een keuze van oplossingsrichting.

Zo worden met een eerdere realisatie van zeesluizen voor de Nieuwe Waterweg vele problemen opgelost en kosten bespaard.

Geef sturing
Het scenario Meebewegen werkt totaal anders uit als het scenario Zeewaarts. Meebewegen haalt de zee naar binnen terwijl Zeewaarts die buiten houdt.
Voor alle vormen van aangepast bouwen (robuust, korte levensduur, aanpasbaar, demonteerbaar) geldt eveneens: eerst keuze oplossingsrichting maken. Kortom we hebben sturing nodig om het Nederland van de toekomst vorm te geven.
Sectoren als woningbouw, industrie, energie, recreatie, natuur, landbouw, visserij en zoetwatervoorziening hebben dringend behoefte aan ruimte en toekomstperspectief, zodat ook West-Nederland de komende eeuwen een veilige plek blijft om te investeren.
Neem nu de woningbouw: Er moeten 900.000 woningen gebouwd worden. Waar kunnen die wel en waar niet gebouwd worden? Een risicoanalyse kan uitwijzen dat bouwen in een lage polder soms veiliger is dan elders op een hoge locatie. Het gaat er juist om hoe bouwend Nederland rekening moet houden met water en bodem.

Landelijk samenhangende problemen kunnen niet zonder meer doorgeschoven worden naar lagere overheden. Wat er in het hoofdwatersysteem gaat gebeuren heeft immers gevolgen voor de regio’s. Er is behoefte aan te weten hoe we het gaan doen, waar wat wel kan en waar niet, wat te doen en wat te laten.

Beschermen
Als laagste land van Europa zijn we grotendeels afhankelijk van beschermende maatregelen. Met tienduizenden kilometers aan dijken en watergangen en talloze sluizen en gemalen houden we al eeuwenlang droge voeten. Bij handhaving van de keuze voor bescherming van Nederland ligt het voor de hand de kust verder te sluiten.

Voor blijvend behoud van onze infrastructuur en leefbaarheid zullen we op de langere termijn ook zeewaarts moeten beschermen. Om oplossingen voor later open te houden is het zaak om vooruitziend in te schatten wat de handelingsperspectieven voor de verre toekomst zijn en alvast ruimte te reserveren, zowel op land als op zee.

Urgent zijn rivieren en drinkwater
De gevolgen van klimaatverandering komen vrijwel dagelijks in de actualiteit. Veranderde weersomstandigheden en grillig riviergedrag zorgen in Nederland al voor problemen.
Zoetwatertekort wordt de eerste grote klimaatplaag en deze gaat gepaard met verzilting van een strook van zo’n 10 à 20 km vanaf de kust. De problemen doen zich vooral voor op plaatsen waar geen natuurlijke wateraanvoer is.
Binnen enkele jaren komt de drinkwatervoorziening in zwaar weer en kan aan de vraag naar zoet water niet meer worden voldaan. Gelijktijdig moeten we de rem zetten op grondwateronttrekkingen. De landsbrede zoetwaterstrategie dient dan ook gericht te zijn op het langer vasthouden van voldoende zoet oppervlaktewater en neerslag en leiden tot een flexibel inzetbaar zoetwaternetwerk.

Zeespiegelstijging
Wanneer de zeespiegelstijging doorzet stijgen de rivieren mee en dringt de ivloed van de zee het land nog verder binnen tot in de haarvaten. Steeds opnieuw aanpassen van infrastructuur wordt dan wel heel erg lastig.
Wanneer de rivieren veel water aanvoeren gaat het ooit een keer mis.
Grootschalig verlies van bewoonbaar gebied kunnen we ons niet veroorloven.

Gezamenlijke ambities
Bij de inrichting van de leefomgeving, een circulaire en natuurinclusieve samenleving die bovendien ook nog klimaatbestendig moet worden, zullen de diverse functies moeten samengaan. Water en bodem zijn daarbij samenhangend en sturend.

Het is goed dat de Tussenbalans er nu is en dat met aanvullingen in het voorjaar uit de studies van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging het plaatje steeds helderder wordt. Om een echt goed beeld te krijgen, is nodig dat er voortvarend wordt gewerkt aan de voorbereiding van een gedragen beslissing op hoofdlijnen van een richting die we uitgaan. Dit om de juiste stappen te kunnen nemen op het moment dat het nodig is voor realisatie van onze gezamenlijke ambities.

Een centrale regie vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat lijkt noodzakelijk om greep te krijgen op de complexe materie. Er liggen veel urgente zaken op de plank die niet langer uitstel verdragen.

 

Wil Borm - november 2023

Gebiedsgerichte klimaatadaptatie:
Genoeg animo, maar gebrek aan sturing.

‘Versnellen, verbinden, verbouwen’ is de allitererende boodschap van het Deltaprogramma 2023. Maatschappelijk draagvlak en inspanningsbereidheid in overvloed, maar waarmee beginnen en in welke richting? Ook al is de urgentie hoog, zolang er landelijke geen langetermijnvisie is, lopen voortvarende regio’s en sectoren de kans om met overhaaste maatregelen tijd en geld te verliezen. Wanneer het waterbeleid wijzigt is dit risico ook bij lopende projecten aanwezig.
De huidige gebiedsgerichte aanpak leidt dan wel tot de noodzakelijke discussie, maar kent geen einde, eenvoudigweg omdat de diverse gebiedsplannen niet op elkaar zullen aansluiten of zo vaag zijn dat ze eigenlijk weinig voorstellen. Initiatieven lopen vast of verzanden zolang het Deltaprogramma de keuzemomenten vooruit blijft schuiven. Daar zou nu weleens verandering in kunnen komen.

Het DP 2023 lijkt te suggereren alsof initiatief van onderaf moet ontstaan, maar zonder een raamwerk op hoofdlijnen kunnen de regio’s weinig zelf invullen.
Wie in het DP 2023 de verdieping van de aandachtspunten voor de uitvoering leest blijft dan ook met veel onduidelijkheden en vragen achter over welke maatregelen en in welke volgorde en samenhang uitgevoerd moeten worden.
Het Deltaprogramma verloopt dan wel volgens het eerder geplande schema, maar het klimaat verandert sneller dan gedacht. “Er wordt al jarenlang overlegd, laten we eindelijk eens ergens mee beginnen.” klinkt het alom. Geen prietpraat of borstklopperij, maar aanpakken! De tijd dringt.
Terecht wordt er dan ook aangespoord om haast te maken, maar dit moet wel aan de hand van een centrale sturing door een sterke overheid met veel kennis en kunde. Nog altijd heeft er geen selectie op hoofdpunten plaatsgevonden tussen de landelijke plannen en scenario’s voor de langere termijn.
Marjolijn Haasnoot, medeauteur IPCC-rapport verkondigt niet voor niets: “Lange termijn meenemen in alles wat we nu doen.”
Pas met een landelijk masterplan voor het Nederland van de toekomst kan het startschot “Ga aan de slag!” gegeven worden.

Illustratie: JpBlom - Jpictures Stichting Blauwe Lijn

Behoud van de watermachine Nederland
We leven hier al ruim 1000 jaar onder de zeespiegel dankzij een sterke kunstmatige waterhuishouding en robuuste keringen. De grootste opgave waar ons land voor staat is om met aanpassingen en bescherming ervoor te zorgen dat het immense watersysteem van Nederland, dat nu op diverse punten haar grenzen bereikt, nog eeuwenlang kan functioneren.

Uiteraard is water (waterveiligheid en zoetwatervoorziening) sturend. De overheid mag zich daarbij laten adviseren door wetenschap en vakmensen. Met duidelijkheid in keuzes verdwijnen grotendeels de onzekerheden en de onoverzichtelijke complexiteit. Aanpassen is ordenen!
Het is raadzaam om met een vrij kleine club onder leiding van het Deltaprogramma de mogelijke langetermijnscenario's verder uit te werken, naast elkaar te zetten en met een helder voorkeursadvies komen. Natuurlijk geeft een landelijke of internationale aanpak discussie, maar dat is ook nodig om regionaal draagvlak te krijgen.

Wat is nu al urgent?
Zaken die nu al om oplossingen vragen zijn het tegengaan van verzilting, de zoetwatervoorziening en rivierwaterveiligheid. Dat betekent onder meer kustverkorting en tegendruk door zoet water, extra zoetwatervoorraden en sterke uitbreiding van de noodopvang voor rivierwater. Waar en hoe dit gerealiseerd gaat worden is afhankelijk van de keuze die Nederland en het Deltaprogramma gaan maken voor de lange termijn.
Illustratie: JpBlom - Jpictures Stichting Blauwe Lijn


Dr. Klaus Lanz van het onderzoeksinstituut International Water Affairs stelt: “In 2100 is de bijdrage van smeltwater uit de gletsjers van de Rijn minder dan 1%.
De aarde koelt niet meer af, ook als we er in slagen rond 2050 klimaatneutraal te zijn.”
Wanneer de droogteperioden nog langer worden zakt de Rijnafvoer bij Lobith tot ver onder 500 m3/s. Tegendruk naar zee kun je dan helemaal vergeten. Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen is onvermijdelijk.

Vooral in relatie tot Zeeland klinken er verontrustende geluiden
“Iedereen maakt zich zorgen over onze regio, omdat die zo kwetsbaar is voor klimaatverandering, zeespiegelstijging en verdroging.”
(citaat Marscha Dedert, ZMf/Regioteam ZWD)
Verrassend en dapper dat juist deze provincie onder de slogan ‘Veilig Veerkrachtig Vitaal’ er naar streeft de eerste klimaatbestendige regio te worden. Daarvoor zal immers nog veel moeten gebeuren.

Illustratie: JpBlom - Jpictures Stichting Blauwe Lijn

Voor zeespiegelstijging is het nog niet zo urgent dat we meteen maatregelen moeten nemen, maar plannen uitwerken en ruimte reserveren zijn wel van wezenlijk belang om toekomstige aanpassingen mogelijk te houden.

De ogen zijn nu gericht op de tussenbalans van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging van eind 2023, dat mogelijk een einde maakt aan de patstelling waarin we ons momenteel bevinden, zodat de regio’s vooruit kunnen met een gebiedsgerichte aanpak.

Wil Borm, Adviesgroep Borm & Huijgens - oktober 2022